Bliksembeveiligings
zoneconcept
Het LPZ-concept volgens IEC 62305-4:2010 vergemakkelijkt het plannen, uitvoeren en bewaken van omvattende beveiligingsmaatregelen.
Bij deze aanpak wordt het gebouw onderverdeeld in zones met verschillende risicopotentialen. Op basis van deze zones worden de benodigde bliksem- en overspanningsbeveiligingen en componenten bepaald.
Moderne bouwwerken en gebouwen worden slim. Ze zijn gebaseerd op een verscheidenheid aan onderling verbonden technische componenten: gebouwbeheer, telecommunicatie, besturings- en beveiligingssystemen, om er maar een paar te noemen. Uitval van afzonderlijke componenten van de technische gebouwuitrusting kan verstrekkende gevolgen hebben en zelfs het volledige gebouw stilleggen.
Hoewel externe bliksembeveiliging mensen en materiële bezittingen in gebouwen beschermt tegen brandgevaar, beschermt ze de elektrische en elektronische systemen niet tegen uitval door overspanningen veroorzaakt door bliksemontlading. Het principe van bliksembeveiligingszones (LPZ's) volgens IEC 62305-4 beschrijft een doeltreffende beveiliging tegen overspanningen veroorzaakt door elektromagnetische bliksemimpulsen (LEMP's).
Volgens dit principe moet het te beschermen bouwwerk worden onderverdeeld in interne bliksembeveiligingszones op basis van het risiconiveau dat de LEMP vormt. Geschikte LPZ's kunnen worden gedefinieerd afhankelijk van het aantal, het type en de gevoeligheid van de elektronische apparaten/systemen.
Bliksembeveiligingszoneconcept

Buitenzones
LPZ 0A:
Zone met risico op directe blikseminslagen en het niet-verzwakte elektromagnetische veld van de bliksem. De betrokken systemen, zoals leidingen die zich buiten gebouwen uitstrekken, kunnen aan de volledige bliksemstroom worden blootgesteld.
LPZ 0B:
Zone beschermd tegen directe blikseminslagen, maar waar het niet-verzwakte elektromagnetische bliksemveld de bedreiging vormt. De betrokken systemen, zoals alarmlichten of sirenes, kunnen aan gedeeltelijke bliksemstromen worden blootgesteld.
Binnenzones
LPZ 1:
Zone waarin impulsstromen worden beperkt door stroomverdeling en door beveiligingen aan de zonegrenzen. Ruimtelijke afscherming kan het elektromagnetische bliksemveld verzwakken. In LPZ 1 worden vaak ringleidingen met detectoren geïnstalleerd.
LPZ 2-n:
Zone die, vergeleken met LPZ 1, aanvullend is beschermd tegen impulsstromen en het elektromagnetische bliksemveld en daardoor aan minder storing onderhevig is.
Categorieën overspanningsbeveiligingen
Naargelang de eisen en belastingen die aan overspanningsbeveiligingen worden gesteld, worden ze ingedeeld als bliksemstroomafleiders, overspanningsafleiders en combi-afleiders.
De hoogste eisen worden gesteld aan het afleidvermogen van bliksemstroomafleiders en combi-afleiders die worden gebruikt bij de overgang van bliksembeveiligingszone 0A naar 1 of 0A naar 2. Deze afleiders moeten in staat zijn gedeeltelijke bliksemstromen met golfvorm 10/350 μs te geleiden zonder vernietigd te worden, om te voorkomen dat destructieve gedeeltelijke bliksemstromen in de elektrische installatie van een gebouw binnendringen.
Op de overgang van LPZ 0B naar 1 of stroomafwaarts van de bliksemstroomafleider op de overgang van LPZ 1 naar 2 en hoger worden overspanningsafleiders gebruikt ter beveiliging tegen overspanningen. Hun taak is zowel de restenergie van de voorgeschakelde beveiligingstrappen nog verder te verlagen als de in de installatie zelf geïnduceerde of opgewekte overspanningen te beperken.
Downloads
TGA
DEHN beschermt technische gebouwuitrusting
