Werken in en aan elektrische installaties kan levensgevaarlijk zijn. Neem de volgende vijf veiligheidsregels volgens NEN 3140 in acht om elektrische ongevallen te voorkomen!
Werk conform de vijf veiligheidsregels
De 5 veiligheidsregels op een rij
1. Verbreek de verbinding volledig
Dit betekent dat de elektrische installatie moet worden losgekoppeld van onder spanning staande delen op alle polen.
2. Beveilig tegen opnieuw aansluiten
Voorkom op betrouwbare wijze het per ongeluk opnieuw aansluiten van een installatie tijdens werkzaamheden. Dit kan door alleen de losgeschroefde zekeringen in het laagspanningssysteem te vervangen door vergrendelbare vergrendelingsapparaten.
3. Controleer of de installatie echt spanningsvrij is
Is de installatie nu echt spanningsvrij? Gebruik geschikte meet- / testapparatuur zoals een spanningsdetector om op alle polen te controleren of de spanning eraf is. Controleer voor gebruik de juiste werking van de spanningsdetector.
4. Voer aarding en kortsluiting uit
Als de installatie spanningsvrij is, sluit u de kabels en het aardingssysteem aan met kortsluitvaste aardings- en kortsluitapparatuur. Belangrijk: de relevante onderdelen moeten worden geaard voordat ze worden kortgesloten!
5. Bied bescherming tegen aangrenzende delen onder spanning
Volgens de vijf veiligheidsregels zijn aangrenzende delen, delen die zich in de nabije zone bevinden. Als delen van een elektrische installatie in de nabije zone van de werklocatie niet kunnen worden losgekoppeld, moeten aanvullende voorzorgsmaatregelen worden genomen voordat het werk begint. Gebruik in dit geval isolerende beschermende luiken of afdekmateriaal als bescherming tegen onbedoeld contact.
